Allemaal vooroordelen

Je beste vriendin eet geen vlees, de leidster van het kindercentrum draagt een hoofddoek, je broer woont samen met zijn vriend, de glazenwasser komt uit Afrika, de buren vieren Pesach en je collega zit in een rolstoel....

Allemaal voorbeelden van de huidige samenleving die letterlijk en figuurlijk zeer kleurrijk is met verschillende leefstijlen, leefvormen, culturen en religies. Ook onze kinderen groeien hierin op en reageren op de verschillen. Welke ouder herkent het niet als je kind bijvoorbeeld thuiskomt met de mededeling

dat dat ene klasgenootje stom is omdat het alleen maar boeken leest. Of dat je in die ene wijk niet moet komen, omdat het daar stinkt.
Hoe kun je in deze tijd kinderen opvoeden met waardering en respect voor de verschillen? En ze leren omgaan met vooroordelen en discriminatie?

"Wij"en "Zij"

Een vooroordeel is een mening die niet op feiten is gebaseerd. Het gaat bijvoorbeeld over één kenmerk van een groep of van een persoon. Bijvoorbeeld: "Alle Duitsers houden van bier", "Moeders die fulltime werken zijn geen goede moeder", of "Nederlanders zijn zuinig".
Het hebben van vooroordelen is menselijk. Het helpt om een grote stroom aan informatie op te slaan in het geheugen. Het is namelijk onmogelijk om alle informatie die tot je komt individueel te verwerken. Bovendien geeft het houvast en overzicht.
Een vooroordeel heeft echter ook negatieve invloed op de manier waarop we met elkaar omgaan. Discriminatie of uitsluiting kan het gevolg zijn. De vraag is: willen we dat en vooral: hoe leren we onze kinderen hiermee om te gaan?

Het klinkt gemakkelijk, maar je als ouder bewust zijn van je oordeel is een begin. Stel jezelf regelmatig de vraag waarom je oordeelt en of dit reëel is. Kinderen denken bijna van nature in termen van 'wij' en 'zij'. Toch is het goed om hier als ouders kritisch mee om te gaan. Vooroordelen zijn aangeleerd en kunnen dus ook weer afgeleerd worden. Kennis is hierbij een hulpmiddel. Als je een persoon of een groep mensen beter leert kennen, dan merk je dat er van het vooroordeel vaak niets overblijft. Ga eens een buitenlandse winkel binnen en laat je informeren over wat er te koop is. Of wandel eens met je kind door een wijk waar je nooit komt. Ontmoeten, in gesprek gaan en ervaren zijn vaak de beste manier om vooroordelen te overwinnen en de meerwaarde te zien van de verschillen. Want is het niet gewoon saai om vol te blijven houden: 'Wat de boer niet kent dat vreet hij niet?" Ga het avontuur eens aan en laat je verrassen.

Nadenken en niet nadoen

Jonge kinderen discrimineren niet, maar kinderen tussen twee en vier jaar kunnen van hun opvoeders wel de gevoeligheid hiervoor overnemen: gevoelens van angst, maar ook van minachting of superioriteit voor alles wat anders is. Een ander hulpmiddel tegen vooroordelen en discriminatie is slechts te beschrijven wat je ziet, zonder oordeel. Als je toch een oordeel wilt geven, doe dat dan in "ik"- taal. Bijvoorbeeld: "Ik heb hier moeite mee". Stel ook (kritische) vragen, bijvoorbeeld: "Kijk, hier zijn de winkels op zondag niet open. Waarom is dat, denk je? Wat vind je daarvan? En waarom vind je dat? Stof genoeg voor een interessant gesprek waarin je je kind uitnodigt om na te denken, te praten, te luisteren en zijn mening te vormen. Je leert je kind nadenken in plaats van nadoen. Ook kun je kinderen leren zich in te leven in anderen door vragen te stellen, zoals: "Hoe zou jij je voelen als je vriendjes zo tegen jou doen?" Het voorlezen van een kinderboek waarin dingen anders gaan dan je kind gewend is, is ook een hulpmiddel.
Tenslotte is het belangrijk om kinderen te stimuleren in het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Misschien is het herkenbaar: als je minder positief over jezelf denkt, ben je eerder geneigd anderen in een "hokje" te plaatsen. Dit heeft te maken met angst en onzekerheid. Als je tevreden bent met wat en wie je bent, dan ben je minder gevoelig voor de verschillen.

Je kunt je afvragen wat deze investering allemaal oplevert. Misschien een bijdrage aan een vreedzame samenleving?

Ellen Lisa van Woerden