Begeleiden in vallen en opstaan

Laatst stond er een artikel in de krant over het verschijnsel dat tegenwoordig veel ouders hun kinderen willen weghouden van gevaren en overbeschermend zijn. Zij zouden hiermee zwakke kinderen kweken die straks niet zijn opgewassen tegen de volwassen wereld. Een interessant onderwerp om eens over na te denken.

Vragen stellen

Bij het opvoeden van kinderen is het zinvol om jezelf als ouder vragen te stellen. Zelfreflectie is immers belangrijk voor iedere opvoeder. De antwoorden geven inzicht en handvatten. Bijvoorbeeld: ben ik beschermend ingesteld en waar komt dat door? Waar ben ik bang voor? Hoe ben ik zelf opgevoed? Wat heeft dit voor gevolgen gehad voor mij? Of: wat leert mijn kind ervan als iets niet of juist wel lukt?
Natuurlijk is het heel vervelend als je kind van vier uit het klimrek valt, ook al was je in de buurt en heb je steeds gewaarschuwd. Het klinkt tegenstrijdig, maar je kind leert hiervan en zal de volgende keer beter opletten. Als iets lukt in de voor de peuter zo kenmerkende fase van "zelf doen" heeft dit positieve gevolgen voor het zelfbeeld en het zelfvertrouwen. Kinderen leren letterlijk soms meer van "vallen en opstaan", in plaats van ouders die steeds als vangnet fungeren.

Wat is je rol als ouder?

Kinderen van nul tot vier jaar zijn enthousiast, kennen geen risico's en zien geen gevaren. Bovendien zijn ze motorisch nog niet in staat om een ongeluk te voorkomen. De meeste ouders willen hun kind beschermen tegen gevaren en al teveel brokken. Dit is nodig, maar wordt ook bepaald door een oergevoel dat hoort bij het ouderschap. Dat is meteen het lastige van opvoeden: de balans tussen vasthouden en loslaten. Toch is het goed om jezelf de vraag te stellen: waartoe voed ik mijn kind op? Wil ik dat mijn kind uiteindelijk een volwassene wordt die zelfstandig beslissingen neemt, weet wat hij wel en niet aankan en letterlijk stevig met beide benen op de grond staat? Of kom je tot een andere conclusie?

Wil je dat je kind kennismaakt en ervaring opdoet met zoveel mogelijk aspecten van het leven? De vraag is dan: hoe doe je dat? Belangrijk hierin is dat je goed kijkt naar je kind: wat kan het al en wat nog echt niet? Hier is enige kennis van de ontwikkelingsfase van je kind van belang. Een dreumes van anderhalf zet je nog niet los op een schommel; die moet je nog vasthouden en begeleiden. Een peuter van twee vindt misschien dat hij zelf al de trap op kan lopen. Dat is een gezonde uiting van zijn ontwikkelingsdrang. Het is dan zaak om een goede balans te vinden tussen het creëren van een gezonde uitdaging en het bieden van veiligheid. Misschien besluit je in dit geval om het traphekje onderaan te trap weg te halen en je kind de kans te geven onder begeleiding naar boven te klimmen.

Begeleiden in nieuwsgierigheid

Ook is het goed dat je een afweging maakt van de reële risico's voor het kind in relatie tot de aanlokkelijke uitdaging, bijvoorbeeld: wat houdt mijn kind eraan over als het op het kinderdagverblijf heerlijk in de modder heeft gekliederd op zoek naar kleine kriebelbeestjes? Het resultaat is vieze kleren, maar ook een onvergetelijke middag!

Kinderen willen uitgedaagd worden. Dit kan door ze te begeleiden in hun nieuwsgierigheid, passend binnen de veilige grenzen. Sturen, stimuleren en steunen is hierbij het devies. De basis hierbij is dat je kind zich letterlijk en figuurlijk veilig voelt en dat je vertrouwen geeft en uitstraalt: "Je kunt het!". Je kind durft er vanuit hier "op uit te gaan", zoals bijvoorbeeld onder uw toeziend oog van die hoge glijbaan af. Of je kind van acht een pak melk laten halen bij de supermarkt op de hoek. Dit gevoel van overwinning doet een duit in het zakje van het zelfvertrouwen, sociale contacten en de weerbaarheid. U kind kan hierdoor letterlijk beter "tegen een stootje". En als het nodig is word je getroost om daarna de volgende uitdaging aan te kunnen gaan. Wat wens je nog meer voor je kind?

Ellen Lisa van Woerden